
zaterdag 4 april 2026
Aanvang: 22:00 uur
Dienst: Paaswake
Voorganger: Ds. Bert Ridder
Locatie: De Morgenster
Collectebestemming:
Op weg naar het licht
De hectiek van Goede Vrijdag is voorbij, Jezus’ lichaam is van het kruis gehaald, Jozef van Arimatea en Nicodemus (van het nachtelijk gesprek met Jezus, zie Johannes 3) begraven Hem in het graf dat Jozef voor zichzelf had bestemd (aldus Matteüs), een graf waarin nog niemand gelegen had (vertelt Lucas), waarna het graf afgesloten wordt met een steen (Matteüs en Marcus vermelden dit).
De stilte keert terug. Het is over en uit. Of is het een geladen stilte? Een stilte die iets nieuws inluidt? Ja, een verwachtingsvolle stilte.
In de donkere nacht van deze Stille Zaterdag ontwaakt een klein licht, een licht dat de nacht zal verdrijven om een nieuwe, hoopvolle morgen aan te kondigen.
Als teken daarvan ontsteken we de nieuwe Paaskaars, en we laten elkaar delen in het licht van Pasen.
Bert Ridder.
| LITURGIE | |
| Voorganger: | ds. Bert Ridder |
| Organist: | Richard Bos |
VOORBEREIDING
In stilte bereiden we ons voor op de dienst
De Paaskaars wordt binnengedragen, terwijl we
zingen: Lied 598 - Als alles duister is
ROND HET WOORD
Gebed
1eLezing: Psalm 8 - schepping
1Voor de koorleider. Op de wijs van De Gatitische. Een psalm van David.
2HEER, onze Heer,
hoe machtig is uw naam
op heel de aarde.
Uw luister aan de hemel wordt bejubeld
3door de mond van kinderen en zuigelingen.
Tegen uw vijanden hebt U een macht gebouwd
om hun wraak en verzet te breken.
4Zie ik de hemel, het werk van uw vingers,
de maan en de sterren door U daar bevestigd,
5wat is dan de sterveling dat U aan hem denkt,
het mensenkind dat U naar hem omziet?
6U hebt hem bijna een god gemaakt,
hem gekroond met glans en glorie,
7hem toevertrouwd het werk van uw handen
en alles aan zijn voeten gelegd:
8schapen, geiten, al het vee,
en ook de dieren van het veld,
9de vogels aan de hemel, de vissen in de zee
en alles wat trekt over de wegen der zeeën.
10HEER, onze Heer,
hoe machtig is uw naam
op heel de aarde.
Lied 704: 1 en 3
2e Lezing: Pslm 77: 12-21 - verlossing
12Ik denk terug aan de daden van de HEER –
ja, ik denk aan uw wonderen van vroeger,
13overweeg elk van uw werken
en houd in gedachten uw grote daden.
14Uw weg, God, is een heilige weg –
welke god is zo groot als onze God?
15U bent de God die wonderen doet,
U hebt de volken uw macht getoond,
16uw arm heeft uw volk bevrijd,
de kinderen van Jakob en Jozef. sela
17Toen het water U zag, o God,
toen het water U zag, begon het te beven,
een huivering trok door de oceanen.
18De wolken stortten water,
de hemel dreunde luid,
uw pijlen flitsten heen en weer,
19uw donder rolde dreunend rond,
bliksems verlichtten de wereld,
de aarde trilde en schokte.
20Door de zee liep uw weg,
door de wijde wateren uw pad,
maar uw voetsporen bleven onzichtbaar.
21U leidde uw volk als een kudde
door de hand van Mozes en Aäron.
Lied 158a: 1 en 2
3e Lezing: Psalm 126 - verwachting
1Een pelgrimslied.
Toen de HEER het lot van Sion keerde,
was het of wij droomden,
2een lach vulde onze mond,
onze tong brak uit in gejuich.
Toen zeiden alle volken:
‘De HEER heeft voor hen iets groots verricht.’
3Ja, de HEER had voor ons iets groots verricht,
we waren vol vreugde.
4Keer ook nu ons lot, HEER,
zoals U water doet weerkeren in de woestijn.
5Zij die in tranen zaaien,
zullen oogsten met gejuich.
6Wie in tranen op weg gaat,
dragend de buidel met zaad,
zal thuiskomen met gejuich,
dragend de volle schoven.
Lied 767: 1, 2 en 3
Overdenking
Lied: Hemelhoog 433: 1 en 3
Doopgedachtenis
U bent uitgenodigd om naar voren te komen om uw doop te gedenken, door het doopwater aan te raken; daarna mag u een kaarsje in ontvangst nemen om deze te ontsteken aan de Paaskaars, het kaarsje kunt u op de tafel plaatsen.
Evangelielezing: Marcus 16: 1-8
1Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria van Magdala en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome geurige olie om Hem te balsemen. 2Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf. 3Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?’ 4Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold; het was een heel grote steen. 5Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. 6Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. Jullie zoeken Jezus van Nazaret, die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, Hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar Hij was neergelegd. 7Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie Hem zien, zoals Hij jullie heeft gezegd.”’
8Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden.
Lied 339a
GEBEDEN
Gebeden, besloten met gezamenlijk ‘Onze Vader’
Gezang 214: 1 en 4 (Liedboek 1973)
O morgen van verblijden,
o dageraad, o licht!
Zie, na de nacht van lijden
toont God zijn aangezicht.
Hij, machteloos geknecht,
als wij in’t graf gelegd,
blijkt in zijn onmacht sterk
en doet een heerlijk werk.
Met Hem ben ik in vrede;
Hij noemt mij met zijn naam.
Ik ben een van zijn leden,
waar Hij ging kan ik gaan.
Daar leidt Hij zelve mij,
Waar ik ben, daar is Hij.
’t Zij wereld, dood of hel,
Hij is mijn metgezel.
Zegen
v: Over onze harten, over onze huizen,
a: de zegen van God.
v: In ons komen, in ons gaan,
a: de vrede van God.
v: In ons leven, in ons geloven,
a: de liefde van God.
v: Aan ons eind en nieuw beginnen,
a: de barmhartigheid van God
om ons te ontvangen en thuis te brengen.
Amen.