De Bethlehemkerk

Bij de dienst van 29 okt in de Bethlehemkerk

Geschreven door Ds. Johan Duijster. Gepost in Bij de diensten in de Bethlehemkerk.

De reformatorische toepassing.Afbeeldingsresultaat voor preek toepassing

Naar aanleiding van enkele reacties op de preek in de dienst van 8 oktober, als toeleiding naar de viering van de Maaltijd van de Heer, wil ik nog eens doorgaan op de ‘toepassing’. ‘Wat overblijft na de preek is de toepassing’, zei ik in die preek. Ik denk dat ik daarbij blijf. Maar het zal in een grotere context moeten worden lessons-from-hosea-1-638.jpggeplaatst. We kijken daarnaar vanuit de tekst in Hosea 1 en Hosea 11. Met het thema wordt ook duidelijk dat de dag van de Reformatie aanstaande is. Zijn daar ook lijnen naar te trekken? Hartelijk welkom in deze eredienst.

Liturgie

 

BETHLEHEMKERK
PAPENDRECHT
ZONDAG 29 OKTOBER 2017

“De Reformatorische Toepassing”

Welkom in de Bethlehemkerk. Wij zijn blij u vandaag te mogen begroeten en ontmoeten in deze eredienst.

Voorganger : ds. Johan Duijster
Organist: André de Jager
Soliste: Suzanne van der Brug
Lector: Danny Nispeling
KND: 1-8

10.00 Aanvang dienst - Als een hert dat verlangt naar water (dwarsfluit en orgel)

Aanvangspsalm: Psalm 42 vs. 1 en 7
Evenals een moede hinde
naar het klare water smacht,
schreeuwt mijn ziel om God te vinden,
die ik ademloos verwacht.
Ja, ik zoek zijn aangezicht,
God van leven, God van licht.
Ik wil gaan en Hem weer loven, (tekst. aanpassing)
juichend staan in zijn voorhoven

Hart, onrustig, vol van zorgen,
vleugellam geslagen ziel,
hoop op God en wees geborgen.
Hij verheft wie nederviel.
Hier verschijn ik voor den Heer, (tekst. aanpassing)
vindt mijn ziel het danklied weer:
Hij, mijn God, Hij heeft mijn leven
altijd aan de dood ontheven.

Stilte* , bemoediging en groet

Lied 195: Ere zij de Vader en de Zoon
Ere zij de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
als in den beginne, nu en immer,
en van eeuwigheid tot eeuwigheid, AMEN

Schuldbelijdenis/ Gebed van toenadering

Genadeverkondiging

Aanmoediging tot leven

Antwoordlied: Lied 273 vs. 1, 2 en 4
Looft God, die zegent al wat leeft
der heemlen Heer is Hij
die tussen ons zijn woning heeft
Die ver is, is nabij

Loof God, Hij stuurt het schip der kerk,
dat naar de morgen vaart.
Hij is de hartslag van ons werk,
Hij houdt het welbewaard.

Looft God, want Hij spreekt onze taal
Hij troont op onze lof
In woord en doop en avondmaal
houdt Hij bij ons zijn hof

Gebed bij de dienst van het Woord

* KND
De kinderen wordt gevraagd naar voren te komen
Uitleg mbt hetgeen bij KND op programma staat (principe)

BK-Kids: Weet jij dat de Vader (Opw. Kids 185)
Weet je, dat de Vader je kent?
Weet je, dat je van waarde bent?
Weet je, dat je een parel bent?
Een parel in Gods hand,
Een parel in Gods hand.

Ze zeggen allemaal je kunt niks doen, je bent een oen!
Ze trekken altijd aan m'n paardenstaart, ik ben niks waard!
Nou heb ik weer de ranja omgegooid, ik leer het nooit!
M'n moeder luistert nooit als ik wat zeg,
‘k heb altijd pech, ik ga maar weg!

Weet je, dat de Vader je kent?
Weet je, dat je van waarde bent?
Weet je, dat je een parel bent?
Een parel in Gods hand,
Een parel in Gods hand.

Ik snap alweer niks van die rare som, ik ben zo dom!
M'n bloes zit onder de spaghettimix, ik kan ook niks!
Al noemt de hele klas me een chagrijn, ik mag er zijn!
Al zegt m'n broertje steeds, wat stout ben jij,
God houdt van mij. God houdt van mij!

Ik weet, dat de Vader me kent
Ik weet, dat ik van waarde ben.
Ik weet, dat ik een parel ben.
Een parel in Gods hand,
Een parel in Gods hand.

Kinderen onder naspel naar nevendienst

Schriftlezing(en) (NBV)
1ste Schriftlezing (NBV)
Hosea 11
1Toen Israël nog een kind was, had ik het lief;
uit Egypte heb ik mijn zoon weggeroepen.
2Hoe harder ze geroepen werden,
hoe meer ze hun eigen weg gingen.
Ze brachten offers aan de Baäls
en brandden wierook voor godenbeelden –
3terwijl ik het toch was die Efraïm leerde lopen
en hem op mijn arm nam.
Maar zij beseften niet dat ík hen verzorgde.
4Zacht leidde ik hen bij de teugels,
aan koorden van liefde trok ik hen mee;
ik verloste hen van het juk om hen te laten eten,
ik hield hun het voer zelfs nog voor.
5Zouden zij niet naar Egypte terugkeren,
zou Assyrië niet over hen heersen,
nu zij weigeren naar mij terug te keren?
6Het zwaard zal huishouden in hun steden
en hun orakelpriesters neerhouwen
om alles wat ze hebben uitgebroed.
7Mijn volk bijt zich vast in zijn ontrouw jegens mij.
Al roepen ze tot mij, de Allerhoogste,
ik zal hun lot niet verlichten.
8Ach Efraïm, hoe zou ik je ooit kunnen prijsgeven?
Hoe zou ik je kunnen uitleveren, Israël?
Zou ik je prijsgeven als Adma,
je laten ondergaan als Seboïm?
Mijn hart wordt verscheurd,
door barmhartigheid word ik bewogen.
9Ik zal mijn toorn laten varen
en Efraïm niet opnieuw te gronde richten.
Want God ben ik, en geen mens,
ik ben in jullie midden, ik ben heilig,
ik zal niet meer in woede ontsteken.
10De HEER zal brullen als een leeuw en zij zullen hem weer volgen.
Wanneer hij brult, keren ze schuchter terug van overzee,
11als bange vogeltjes komen ze uit Egypte,
als duiven uit Assyrië.
Dan laat ik hen weer wonen in hun eigen huis
– zo spreekt de HEER.

2de Schriftlezing (NBV)
Efeziërs 2: 1-10
Eén in Christus
1U was dood door de misstappen en zonden 2waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn. 3Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander. 4Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, 5heeft hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered. 6Hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus. 7Zo zal hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe overweldi-gend rijk zijn genade is, hoe goed hij voor ons is door Christus Jezus. 8Door zijn genade bent u nu immers ge-red, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God 9en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan. 10Want hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Chris-tus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid.

Antwoordlied: Psalm 103 vs. 3 en 5
Hij is een God van liefde en genade,
barmhartigheid en goedheid zijn de daden
van Hem die niet voor altijd met ons twist,
die ons niet doet naar alles wat wij deden,
ons niet naar onze ongerechtigheden
vergeldt, maar onze schuld heeft uitgewist.

Zoals een vader liefdevol zijn armen
slaat om zijn kind, omringt ons met erbarmen
God onze Vader, want wij zijn van Hem.
Hij die ons zelf uit aarde heeft genomen,
Hij weet, dat wij, uit stof aan 't licht gekomen,
slechts leven op de adem van zijn stem.

Verkondiging n.a.v. thema: De reformatorische toepassing

Muzikaal meditatief: Bist du bei mir (J.S. Bach)
Bist du bei mir, geh ich mit Freuden
zum Sterben und zu meiner Ruh.
Ach, wie vergnügt wär so mein Ende,
es drückten deine schönen Hände
mir die getreuen Augen zu!

Antwoordlied: Gezang 96 (tekst en melodie Herv. bundel ’38)
Een vaste burcht is onze God,
een toevlucht voor de zijnen!
Al drukt het leed, al dreigt het lot,
Hij doet zijn hulp verschijnen!
De vijand rukt vast aan
met opgestoken vaan;
hij draagt zijn rusting nog
van gruwel en bedrog,
maar zal als kaf verdwijnen!

Geen aardse macht begeren wij,
die gaat welras verloren.
Ons staat de sterke Held ter zij,
die God ons heeft verkoren.
Vraagt gij zijn naam? Zo weet,
dat Hij de Christus heet,
Gods eengeboren Zoon,
verwinnaar op de troon:
de zeeg' is ons beschoren!

Collecte: Inzameling van de gaven, diaken haalt de schaal, kinderen komen terug uit de nevendienst

Gebeden ~
danken over de gaven
voorbede ihb voor behoevende gemeenteleden
stil gebed
Onze Vader

Mededelingen

Slotlied GKB 119 (melodie Lied 968)
De kerk van alle tijden
kent slechts een vaste grond
't is Christus die door lijden
zijn volk aan zich verbond.
Om haar als bruid te werven
kwam Hij ten hemel af
't Was Hij die door zijn sterven
aan haar het leven gaf

Uit ieder volk verkoren
toch in haar Heiland één
is zij door Hem herboren
blijft dit haar kracht alleen
één Geest één vast vertrouwen
één doop één heil'ge dis
één Heer op wie te bouwen
haar troost en rijkdom is.

Nog weet zij zich verbonden
in haar drieëenge Heer
met wie zijn trouw bevonden
de strijders van weleer
Een wolk van Godsgetuigen
omringt ons in de strijd
tot wij met hen ons buigen
gekroond met heerlijkheid

* Zegen
Amen (1x)