De Bethlehemkerk

Het orgel van de Bethlehemkerk te Papendrecht

Het orgel met zijn 23 stemmen en 1468 pijpen, verdeeld over hoofdwerk, borstwerk en pedaal, is door de orgelmaker Blank gebouwd en is op 2 november 1976 in gebruik genomen. Bij het ontwerp van het orgel heeft de orgelmaker zich gebaseerd op de oude orgelbouwpraktijken omstreeks het jaar 1750. Hierbij is te denken aan orgelmakers als Schnitger, Hinsch, Müller en Bätz. Het orgel is dan ook een voorbeeld van historiserende orgelbouw, die door verschillende orgelmakers wordt gevolgd.

bkorgel

Het orgel heeft een mechanische klavier- en registertractuur. Als adviseur is de heer W. Hülsmann opgetreden. De klank van het orgel is fraai. De verschillende registers zijn gaaf geintoneerd, zonder dat zij aan expressie hebben ingeboet. De tongwerken, waarvan de mensuren gelijk zijn gehouden, voegen zich goed in het totaal van de labiaalstemmen, zodat een sluitend geheel ontstaat. De totaalklank is stoer, omdat het orgel in eerste instantie als begeleidingsinstrument is bedoeld. Er worden echter ook (orgel)concerten op dit schitterende orgel gegeven. Het gehele orgel is in de orgelmakerij te Herwijnen vervaardigd. In oktober 2003 is, op verzoek van de organisten, een pedaalkoppel-borstwerk aan het orgel toegevoegd. Hoofdorganist is André de Jager uit Papendrecht (www.andredejager.nl).

De dispositie is als volgt:

Hoofdwerk (C-f ''')   Borstwerk (C-f ''')   Pedaal (C-f ')
               
Bourdon 16'   Holpijp 8'   Subbas 16'
Prestant 8'   Prestant 4'   Prestant 8'
Bourdon 8'   Roerfluit 4'   Octaaf 4'
Octaaf 4'   Nasard 2 2/3'   Bazuin 16'
Spitsfluit 4'   Woudfluit 2'   Trompet 8'
Quint 2 2/3'   Terts 1 3/5'      
Octaaf 2'   Flageolet 1'      
Mixtuur 4-6 st.   Dulciaan 8'      
Cornet 5 st.            
Trompet 8'            
  • Manuaalkoppel
  • Pedaalkoppel Hoofdwerk
  • Pedaalkoppel Borstwerk (2003)
  • Tremulant