Blog

Wel klagen, maar 'ge-dragen'!

Geschreven door Pieter de Vos. Gepost in Algemeen Nieuws.

Hoe lang nog, HEER, zult u mij vergeten, hoe lang nog verbergt u voor mij uw gelaat? (...) Ik vertrouw op uw liefde: mijn hart zal juichen, omdat u redding brengt, ik zal zingen voor de HEER, hij heeft mij geholpen.” Psalm 13: 2 en 6. Wellicht is het u of jou in de afgelopen weken ook opgevallen: wat kunnen sommige mensen toch klagen! Tijdens de zomer(vakantie) lijkt het soms wel een volkssport: te warm, te koud, te kort, te lang... er wordt wat afgezucht en gesteund. En dat terwijl we ons toch het liefst voorstaan op de mentaliteit ‘niet klagen, maar dragen’. Uit onderzoek blijkt dan ook dat klagen hoog scoort op de lijst van ergernissen... tenminste, het klagen van anderen!

Kennelijk hoort klagen een beetje bij ons; we lijken er niet vanaf te komen. Het kan dan wellicht enige bemoediging geven te weten dat klagen eigenlijk heel bijbels is. Vooral het Oude Testament toont ons - zonder overigens iets af te doen aan eerbiediging of heiliging - dat ook God zelf nogal eens wordt 'beklaagd'. Bekend is natuurlijk het bijbelboek 'Klaagliederen', maar ook in de Psalmen staan maar liefst zo'n 40 echte klaagpsalmen. Het is dan ook niet zomaar dat het Joodse volk de oude traditie rondom de Klaagmuur in Jeruzalem kent en dat die traditie inmiddels zelfs via internet te bereiken is (‘Place a note in the wall’).
Klagen heeft dus ook een goede kant. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de klaagpsalmen. In deze liederen klinken de meest vervelende, zelfs meest depressieve gevoelens die een mens kan overkomen. Gevoelens, die soms niet zomaar of vanzelf weer verdwijnen. Soms zijn het gevoelens die mensen levenslang met zich meedragen, maar zelfs met die gevoelens verliest de psalmist de verbinding met God niet. Ook voor de klaagpsalmen is het duister niet het einde.

In deze tijd kunnen we de klaagpsalmen ook lezen als een stukje erkenning voor mensen die in meer of mindere mate worstelen met gevoelens van leegheid, verlatenheid of zelfs vergeten te zijn. Wat een troost is het dat wij weten dat ook die weg door Christus werd bewandeld. Dat bij Hem, aan het einde van Zijn mens-zijn, een klaagpsalm (psalm 22) over de lippen kwam: ‘Mijn God, mijn God, waarom heeft u mij verlaten’. ‘Niet klagen, maar dragen’ lijkt te getuigen van een sterke mentaliteit. Echter, soms is die wijsheid een ronduit domme opmerking. Dan lijkt het beter ook oog te hebben voor de bijbelse les over het klagen: ‘Wel klagen, maar gedragen!’ Gedragen door de soms onzichtbare, maar nooit loslatende handen van onze Heer.
Tycho Jansen.