Blog

Het goede voornemen

Geschreven door Tycho Jansen. Gepost in Algemeen Nieuws.

Pasen‘Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, ik wil delen in zijn lijden en aan hem gelijk worden in zijn dood, in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan.’
Een heel voorzichtige en bescheiden belijdenis; eigenlijk in de vorm van een goed voornemen. Het staat in de brief aan de christenen in Filippi (Filippenzen 3:10-11).

Paulus schreef de brief in gevangenschap, maar al aan het begin van zijn brief schrijft hij dat die gevangenis hem niet zal weerhouden om vrij te zijn en om ‘open en eerlijk’ over het evangelie te blijven vertellen (1:20).
Paulus bemoedigt de christenen door erop te wijzen dat God nieuwe mensen van ze maakt (1:6). Een verandering die volmaakt is bij de wederkomst van Christus, maar al begint met het geloof in de opstanding. Hij schrijft hun - en ons - dat de liefde van God geen verdienste is. Paulus schrijft hoe hij ooit dacht dat hij alleen een goed en gezegend mens kon worden door zich aan de Joodse wet te houden. Hij leerde dat God ons niet liefheeft om wat we doen, maar ons al liefheeft om wie we zijn. Ondanks alles wat wij laten misgaan in het leven van onszelf en van elkaar is de Heer is nabij (4:5b) en is zijn vrede met ons (vers 9b). Paulus ontdekte dat vanuit dat geloof zijn diepste wens was om bij Christus te horen. Daarom wilde hij naar het voorbeeld van Christus leven en Zijn evangelie verkondigen. Hij riep de christenen in Filippi op ook zo te leven.|
De brief toont een positieve en zelfverzekerde Paulus. Ondanks zijn gevangenschap lijkt hij over te lopen van vertrouwen in een goede afloop: ‘…opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader.’ (2:10 en 11). Toch waarschuwt hij voor borstklopperij, want het geloof vraagt overgave en soms ook opoffering. Dus vol bescheidenheid klinkt zijn vaste voornemen: ‘Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, ik wil delen in zijn lijden en aan hem gelijk worden in zijn dood, in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan. Niet dat ik al zover ben en mijn doel al heb bereikt, maar ik houd vol in de hoop eens dat te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft. Broeders en zusters, ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter mij ligt en richt mij op wat voor mij ligt.’ (3:10-13)
Bij het verschijnen van deze Schakel ligt het feest van de Opstanding achter ons. Het feest van het nieuwe begin dat God met ons maakte. Een mooi moment om ons ‘het goede voor te nemen’, zoals Paulus dat al schreef aan de broeders en zusters in Filippi.