Blog

Een kind kan de was doen

Geschreven door Ds. Johan Duijster. Gepost in Algemeen Nieuws.

‘Groeit God ook?’, vroeg onlangs een kind aan haar moeder? Ja, daar zit je dan. Wat moet je daar nu op antwoorden? Dat God al groot is? Dat Hij alles ziet, alles weet, alles gemaakt heeft, overal is waar het kind ook is? We zijn geneigd ons zo uit te drukken. We proberen in verstaanbare kindertaal God uit te leggen naar wat in grote mensentaal de eigenschappen van God genoemd wordt. Maar daarmee is de vraag niet beantwoord, want in het antwoord zeg je dat God al groot is, niet of Hij groeit. Bijbels-theologisch klopt het antwoord denk ik wel. God is! Aan dat zijn van God hangen we allerlei dingen op. God is groot. God is liefde. God is heilig. God is almachtig, alomtegenwoordig, alziende en wat niet al. In kindertaal uitgelegd kan een kind dat wel aan.

Maar is dat ook een eerlijk antwoord? Ik bedoel, is dat een eerlijk antwoord vanuit onszelf bezien? Ik weet het niet, maar ik vermoed dat een eerlijker antwoord is dat God niet groeit, maar juist kleiner wordt. Kleiner wordt naarmate wij zelf groter worden. Totdat Hij zo klein is dat Hij in een Bijbel past die in onze binnenzak gaat, op de boekenplank gezet wordt of in een la verdwijnt om het stof der jaren te verzamelen. Alsof Hij stof is en tot stof moet weerkeren.
Groeit God ook? Een goed antwoord mag zijn: ‘Ja, God groeit ook.’ Dat is wat Johannes de Doper zegt in zijn preek aan de oevers van de Jordaan. ‘Hij moet groter worden en ik kleiner’ (Johannes 3:30). Of, zoals we kennen uit oudere vertalingen: ‘Hij moet wassen, ik moet minder worden’. Hoe waar de eigenschappen van God ook zijn, de eerlijkheid gebied te zeggen dat ze ons te zwaar, te groot zijn. Daarom behoort het tot Gods grootheid dat Hij wil meegroeien met het kind dat zo’n vraag stelt. Daarom behoort het tot Gods grootheid dat Hij zelf kind geworden is in Jezus Christus.
Toen Jezus twaalf was, stelde Hij zijn ouders de vraag: ‘Wisten jullie niet dat ik met de dingen van mijn Vader bezig moet zijn?’ Dat vroeg Hij hun niet toen hij vier was. Wij groeien ook op. Op twaalfjarige leeftijd stellen we andere vragen dan op vierjarige leeftijd. Het is de grootheid van God dat Hij met ons van kinds af aan wil meegroeien. Als we dat laten gebeuren, dan kan ook ons geloof groeien. Al moet bij dat laatste wel dit gezegd worden: bij dat groeien van God en geloof hoort dat wij kleiner worden. Of dat nu zo makkelijk te aanvaarden en uit te leggen is in grote mensentaal…?
Met een beroep op de oudere vertaling van Johannes 3:30 mag dan gezegd worden: Een kind kan de was doen. Dat is: God door Christus laten groeien in je leven.
Johan Duijster, v.d.m.