Uitvaart

vrijdag 29 mei 2026
Aanvang: 13:30 uur
Dienst: Dankdienst voor het leven
Voorganger: Ds. Johan Duijster
Locatie: Bethlehemkerk

Collectebestemming:
 Zet in agenda

Uitvaart

 

Tinie Mostert-Boschma


Haarlem 27 juli 1931                                                           Dirksland, 22 mei 2026

Verdrietig, maar vervuld van vele mooie herinneringen hebben wij afscheid genomen van mijn lieve, zorgzame moeder, schoonmoeder en onze trotse oma en overgrootmoeder

Jantina Hendrika Mostert-Boschma


*Haarlem, 27 juli 1931                        †Dirksland, 22 mei 2026


Echtgenote van Frans Mostert † Papendrecht, 17 augustus 2020

    Leendert en Els                
    Marjolijn en Mels
    Ties
    Bart en Fé
    Daan
    Emma en Paul

 

 

 

 

 


Wij nodigen u uit om samen met ons afscheid te nemen op vrijdag 29 mei om 13:30 uur in de Bethlehemkerk, Van der Palmstraat 1 te Papendrecht. Na afloop van de rouwdienst zal de begrafenis plaatsvinden op de Algemene Begraafplaats, Admiraal de Ruyterweg 23 te Papendrecht.

Er is gelegenheid om ons te condoleren op 27 mei van 19 – 20 uur in de recreatiezaal van “De Vroonlande”, Staakweg 5, 3247 BV te Dirksland en op 29 mei 12:45 – 13:15 uur voor de rouwdienst in de Bethlehemkerk.

Correspondentieadres: via de Drechtstreek Uitvaartonderneming 

 

Uit Jezus en de Ziel 
Jan Luyken (1649-1712)

De Ziele betracht de nabyheyt Godts
.
Ick meenden oock de Godtheyt woonde verre,
In eenen troon, hoogh boven maen en sterre,
En heften menighmael mijn oogh,
Met diep versuchten naer om hoogh;
Maer toen ghy u beliefden t'openbaren,
Toen sagh ick niets van boven nedervaren;
Maer in den grondt van mijn gemoet,
Daer wiert het lieflijck ende soet.
Daer quamt ghy uyt der diepten uytwaerts dringen.
En, als een bron, mijn dorstigh hart bespringen,
Soo dat ick u, ô Godt! bevondt,
Te zijn den grondt van mijnen grondt.
Dies ben ick bly dat ghy mijn hoogh beminden,
My nader zijt dan al mijn naeste vrinden.
Was nu alle ongelijckheyt voort,
En 't herte reyn gelijck het hoort,
Geen hooghte, noch geen diepte sou ons scheyden,
Ick smolt in Godt, mijn lief; wy wierden beyde
Een geest, een hemels vlees en bloedt,
De wesentheyt van Godts gemoedt,
Dat moet geschien. Och help getrouwe Heere,
Dat wy ons gantsch in uwen wille keeren.